Alex en Maaike in Italië: smalle steegjes, ontelbaar veel pizza en brandende kuiten

Alex en Maaike in Italië: smalle steegjes, ontelbaar veel pizza en brandende kuiten

Na eerdere goede ervaringen in Italië keren Alex en ik terug om een mini-roadtrip te maken. In negen dagen reizen we via het historische Turijn naar de culinaire wijnstreek rondom Bra, om via Stresa aan het Lago Maggiore weer te eindigen waar we begonnen.

Engelse informatiebordjes lezen met amper vier uur slaap kan ik niemand aanraden. Omdat we in Turijn wat tijd moeten doden voordat we in onze hotelkamer een dutje kunnen doen, wandelen we door het Museum Egizio (Egyptisch Museum). Het is een boeiend museum en met name de sarcofagen en de mummies kunnen ons bekoren. Maar als het 15.00 uur is geweest, lopen we snel terug naar ons hotel in het centrum om eerst een paar uur bij te tanken.

Lokale ijssmaken

Die avond wandelen we na het diner op een lokaal pleintje door het compacte centrum van Turijn. We zijn blij verrast. In de stad staan veel oude en historische gebouwen. Van oude Romeinse stadspoorten tot een indrukwekkend paleis. Onze laatste stop die avond is ijssalon Alberto Marchetti.

Ik vraag het meisje achter de balie welke smaken ze me adviseert en ze vertelt me over de lokale smaken Fior di Latte en Cioccolatto Bianco Al Caramello e Sale. Een schot in de roos: het ijs is héérlijk!

Huurauto met opstartproblemen

Na een goede nachtrust reizen we de volgende dag met een taxi naar het autoverhuurbedrijf Maggiore in het centrum. Zodra we in het kantoortje staan, slaat de eerste schrik me om het hart. Ik zie nergens een bord met Maggiore...

"We komen onze huurauto ophalen," zeg ik tegen de dame achter de balie. Ze kijkt bedenkelijk en schudt dan haar hoofd. “Maggiore heeft dit jaar haar vestiging in de stad gesloten. Jullie zullen dus naar het vliegveld moeten.”

Eh, pardon? Even weten we niets uit te brengen, behalve dat ik blijf zwaaien met de overeenkomst waarop deze ophaallocatie staat. “Wacht maar even,” zegt ze uiteindelijk en begint op haar computer te tikken. Ik ga op vakantie om te ontspannen, maar mijn hartslag schiet inmiddels door het dak. Na een kwartier heeft ze gelukkig goed nieuws voor ons. We krijgen een auto van haar mee, maar onze eigen huurovereenkomst blijft gewoon van kracht.

De lekkerste pizza in La Morra

Na een uurtje zijn we in het historische stadje La Morra. De eerste vergezichten zijn fenomenaal. We zien kilometers en kilometers heuvelachtig landschap. Begroeid met wijnranken waar rijpe druiven aan hangen. We dwalen rond door de straatjes en strijken dan neer op het terras van pizzeria Per Bacco waar we onze eerste Italiaanse pizza’s verorberen. Eindoordeel: ze zijn heer góddelijk lekker.

Later die middag checken we in bij onze B&B Villa Adriana – met zwembad! – in het stadje Bra. Na al het geslenter in de hitte is het zwembad een welkome verkoeling.

Montforte d’Alba

De volgende dag staat het dorpje Montforte d’Alba op de planning. Vanaf de parkeerplaats bezoeken we het oude kerkje en het auditorium bovenaan de heuvel, waarna we via steile kasseienstraatjes zigzaggend naar beneden lopen.

Halverwege komen we een Nederlands stel tegen die bezig zijn met de klim omhoog mét tweeling in de kinderwagen. Het zweet gutst op hun voorhoofd. Shit, dit gaan wij straks ook nog meemaken. We maken een kort praatje met ze en vervolgen dan onze weg naar beneden. 

Beneden mondt het straatje uit in een pleintje met enkele terrasjes. Iets later maken we de klim omhoog en die is inderdaad steil. We zijn halverwege als we bekende gezichten zien: het stel met de tweeling zwaait naar ons. Ze hebben het gered naar boven. “En ik ben ook nog eens een ring rijker!” roept het meisje dolenthousiast.  

Google Maps zegt het

Onze volgende stop is Serralunga d’Alba. Een klein dorpje met een kasteel. En kastelen staan bijna nooit laag op de grond, dus ook dit wordt weer een fikse klim naar boven.  

Ik navigeer en zeg tegen Alex dat hij rechtsaf moet en dan steil omhoog. “Weet je het zeker?” vraagt Alex bedachtzaam. Hij stuurt onze huurauto het smalle straatje in en rijdt langzaam omhoog. Als ik met wiskunde nu deze hoek had moeten berekenen, was 'ie behoorlijk flink geweest. “Ja,” zeg ik zelfverzekerd, al denk ik inwendig heel hard nee. Ik weet het niet zeker. Ik heb geen idee. Maar Google Maps zegt dat we hier langs moeten, dus...

De auto staat zo steil op de helling, dat we allebei geen zicht meer hebben op de weg voor ons. “Nog een klein stukje,” piep ik en inderdaad: dan buigt de weg af naar rechts en staan we ineens op de parkeerplaats.

Het stadje is charmant, maar het zwembad van de B&B charmanter. Dus wanneer we de klim naar het kasteel hebben gemaakt en “Oh” en “Ah” hebben geroepen, rijden we terug naar de B&B en ploffen neer bij het zwembad.

Wijnproeverij La Marrone

We zitten in de wijnstreek van Noord-Italië. We kunnen dan ook niet vertrekken zonder de lokale smaken te proeven. Bij wijnhuis Marrone hebben we daarom een wijnproeverij geboekt. Alex verschillende witte wijnen, ik een mix van rosé en rode wijn.

Vanuit de ‘proefkamer’ hebben we een fantastisch uitzicht op de wijngaarden beneden ons. Onze ober vertelt enthousiast over de verschillende wijnen. Veel onthouden we niet, maar de wijnen zijn een waar genot om te proeven. Van zacht en soepel tot naar het einde toe sterker en krachtiger. Het liefst nemen we van elk flesje wel een exemplaar mee naar huis.

Orta san Giulia

De laatste dagen van onze reis vertoeven we in Stresa aan het Lago Maggiore. Op de weg er naartoe stoppen we bij het schilderachtige Orta San Giulia. Na pizza nummer... - ik ben de tel kwijt - op het centrale plein wandelen we door kronkelstraatjes terug naar de parkeerplaats.

In mijn reisleidersrol heb ik Google Maps bij de hand en zie een shortcut op de kaart. Het straatje gaat met een trappetje omhoog, dus klimmen we een stukje naar boven.

Na een recht stukje komt de volgende verrassing. Een smal keienpad met aan weerszijden oude muren. En zei ik al dat Italië veel steile straatjes kent? Nou, deze is afschuwelijk. Google leert me dat dit pad een hellingspercentage van zo’n 15% heeft. En dat met 30 graden is geen grapje. Mijn kuiten protesteren niet, nee, ze gillen moord en brand. Mijn longen branden. Zweet lekt in straaltjes van mijn nek naar mijn rug. Nog net niet kruipend als Romeinse helden komen we boven. Eindelijk, vlakke grond!

En dan komt misschien wel het ergste. “Dit méén je niet,” zegt Alex dan ook een beetje verongelijkt. Na een eindje moeten we naar links en zien we dat de weg weer naar beneden gaat. Nu met eenvoudigere trappen, maar desalniettemin wel helemaal naar beneden. Die tocht van net? Die was dus nergens voor nodig geweest. Oeps... 

Stresa bij Lago Maggiore

Ons hotel La Fontana heeft gelukkig een zwembad om in af te koelen. En ook de volgende dag doen we het rustig aan.

We plannen nog een dagje weg naar de drie Borromeïsche eilanden Isola Bella, Isola Pescatori en Isola Madre. Ik had er veel goeds over gehoord, toch kan het ons niet zo bekoren. Waarschijnlijk hebben we in de dagen hiervoor al te veel mooie stadjes gezien, want deze eilandjes vinden we vooral te druk en te toeristisch. 

Terug naar het startpunt

Voor onze laatste nacht hebben we een hotel vlakbij het vliegveld van Turijn geregeld. Want als ik ergens een hekel aan heb, is het wel stress vlak voor vertrek.

De volgende ochtend kunnen we dan ook rustig wakker worden, ontbijten en onze spullen inpakken waarna we bij het vliegveld onze huurauto inleveren.

Terugbladerend door alle foto’s zijn we het allebei over één ding eens: Italië is altijd een goed idee. De streek Piedmonte heeft ons dan ook positief verrast met heerlijke wijnen, lekkere, verse pizza’s, historische stadjes en prachtige panoramagezichten.